“Duurzaamheid? Dat is iets van de groenen.” Of erger nog: “Dat heeft niks met ons geloof te maken.” Net te vaak papegaaien medemoslims klimaatontkenners alsof de zorg voor de aarde slechts een hobby is. Een modetrend voor hipsters met linnen zakken en vegan sneakers.
Maar wie de Koran werkelijk leest – niet vluchtig, maar met open hart – ontdekt iets heel anders. Duurzaamheid is geen modewoord. Het is geen morele upgrade voor de rijken met een schuldgevoel. Duurzaamheid is diep verankerd in het islamitisch denken en de spiritualiteit. Maar ook in de praktijk, zelfs in de profetische levensstijlen. Zo sprak profeet Sulayman (a.s.) de taal van dieren, en luisterde hij aandachtig naar een mier die haar volk waarschuwde voor zijn leger — waarna hij glimlachte en zijn weg aanpaste (Koran 27:18-19). Dat is geen symboliek, maar een spirituele ethiek: het besef dat ook de kleinste wezens deel zijn van de goddelijke orde.
Profeet Mohammed ﷺ toonde eenzelfde eerbied voor de schepping. Hij verbood verspilling van water, zelfs bij wudu aan een stromende rivier, en zei: “Wie een boom plant en er eten van komt, is dat sadaqah (liefdadigheid) voor hem.” (Sahih al-Bukhari). In een andere overlevering stelde hij dat het planten van een boom of het zaaien van gewassen die door mens of dier worden gegeten, als een voortdurende beloning telt.
Net als toen Yusuf (a.s.) aangesteld werd als beheerder van de voorraden in Egypte. Hij ontwierp een plan gebaseerd op verantwoorde opslag, soberheid en evenwichtige verdeling tijdens de jaren van overvloed én schaarste (Koran 12:47–49). Zijn aanpak is een voorbeeld van duurzaam voedselbeheer, rechtvaardigheid en vooruitziendheid – iets wat in onze tijd van voedselverspilling en overconsumptie uiterst relevant is. De profeten leerden ons: zorg voor de aarde is een aanbidding in stille daden. Sterker nog: de islam leert ons dat de aarde niet van ons is. Ze is geen bezit, geen trofee, geen uit te buiten terrein. Ze is een amanah. Een toevertrouwde verantwoordelijkheid van Allah zelf. Wij zijn geen eigenaars, maar beheerders. En beheerders worden ooit bevraagd over hun daden.
Khilafa: rentmeesterschap, geen eigenaarschap
In Soera al-Baqara lezen we:
إِنِّي جَاعِلٞ فِي ٱلْأَرْضِ خَلِيفَةٗ
“Ik zal een plaatsvervanger (khalifa) aanstellen op aarde.” (2:30)
Volgens de tafsīr van Ibn Kathir betekent dit niet dat de mens de aarde mag overheersen, maar dat hij haar moet beheren in vertrouwen. Het gaat om rentmeesterschap: verantwoordelijk omgaan met wat jou is toevertrouwd, en daarover rekenschap afleggen. Toch leven we vandaag alsof de aarde van ons is. We verspillen voedsel alsof het iets vanzelfsprekend is of laten water stromen alsof het eeuwig blijft vloeien. We leven in een tijd waarin verspilling genormaliseerd is – als gemak, als comfort. Maar de Koran is daar zeer duidelijk over:
وَكُلُوا وَٱشْرَبُوا وَلَا تُسْرِفُوا إِنَّهُۥ لَا يُحِبُّ ٱلْمُسْرِفِينَ
“Eet en drink, maar wees niet verkwistend. Voorwaar, Allah houdt niet van verspillers.” (7:31)
Israf – verspilling – is niet gewoon ‘jammer’, een gevolg van luxe. Het is een daad die Allah afkeurt. Waarom? Omdat verspilling getuigt van arrogantie, ondankbaarheid en achteloosheid. Omdat het breekt met de spirituele discipline die de islam ons aanreikt: maat, aandacht, dankbaarheid. We kopen, gooien weg, vliegen, consumeren – en noemen halal. Maar is het voldoende dat hetgeen we tot ons nemen enkel tot op de letter halal is? Is iets werkelijk toegestaan als het verkregen is met roofbouw op de aarde, met verspilling van water, met uitputting van de bodem, of met schade aan dieren die Allah heeft geëerd?
Halal is meer dan een etiket.
Halal gaat niet enkel over wat er op het etiket staat – het gaat over hoe iets tot stand komt, wat de gevolgen ervan zijn, en waarmee het verbonden is. Ibn al-Qayyim schreef dat de halal-haramverdeling niet alleen over juridische grenzen gaat, maar ook over het doel van de sharia: het beschermen van leven, welzijn, rechtvaardigheid en schepping. Een kip mag dan ritueel geslacht zijn, maar als ze gekweekt is in erbarmelijke omstandigheden, gevoed met onethische praktijken en vervoerd over duizenden kilometers in stress en vervuiling – kunnen we dan nog zeggen dat ze zuiver is?
De volgende stap na halal is tayyib – goed, zuiver, passend bij de fitra. De Koran koppelt die twee bewust aan elkaar:
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ كُلُوا۟ مِمَّا فِى ٱلۡأَرۡضِ حَلَـٰلًۭا طَيِّبًۭا
“O mensen, eet van wat op aarde is: halal en tayyib.” (Koran 2:168)
Tayyib betekent: ethisch verantwoord, zacht voor de schepping, voedend voor lichaam én ziel. Het is die diepere halal, waarin ook rechtvaardigheid voor mens, dier en aarde meespeelt. Want wat helpt het dat ons voedsel wettelijk toegestaan is, als het moreel leeg is? Echte halal is meer dan een label. Het is een levenshouding. Een bewustzijn. Een brug tussen wat toegestaan is, en wat waardig is.
Net als je de auto van iemand leent, dan behandel je die met zorg. Dat gedrag is vanzelfsprekend en staat niet ter discussie. Waarom gedragen we ons dan anders met de aarde, die ons in bruikleen is gegeven door de Schepper zelf? Khilafa betekent rentmeesterschap: zorg dragen voor wat niet van jou is, maar wel aan jou is toevertrouwd. Dat is geen eretitel. Het is een plicht.
Duurzaamheid = terugkeren naar fitra
In de islamitische traditie begint ethisch handelen niet bij wetten of regels, maar bij de aard van de mens zelf. Die natuurlijke aard heet fitra – de zuivere, oorspronkelijke aanleg waarmee elk mens is geschapen. De Profeet ﷺ zei:
كُلُّ مَوْلُودٍ يُولَدُ عَلَى الْفِطْرَةِ
“Elk kind wordt geboren op de fitra…”
(Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Ṣaḥīḥ Muslim)
Fitra is meer dan onschuld. Het is een aangeboren aanleg tot evenwicht, zuiverheid, dankbaarheid en harmonie met de schepping. Het is een innerlijk moreel kompas dat afgestemd is op de tekenen van Allah in de natuur, in het lichaam, in de orde van de kosmos.
Duurzaam leven is in die zin geen modern concept, maar een herstel van wat al in ons aangelegd is. Het is terugkeren naar een levenswijze die niet overbelast, niet verspilt, niet overheerst. Maar die dient, bewaart en in balans leeft – precies zoals de fitra bedoeld is. Kijk naar de profeet Mohammed ﷺ: zijn levensstijl was zuinig, eenvoudig, aandachtig. Hij verspilde niets, at met mate en liep in de natuur waar hij zachtheid toonde voor dieren, planten, water en aarde. Dát is duurzaamheid. Geen links ideologisch project, maar een terugkeer naar onze kern. Naar wie we eigenlijk zouden moeten zijn.
“Papa, waarom wenen die kindjes?”
Het is makkelijk om over duurzaamheid te praten. Moeilijker om jezelf in de spiegel te bekijken wanneer het systeem waar je deel van uitmaakt begint te knagen aan je waarden.
Mijn dochter zat op haar knieën met een doos LEGO. Ik scrolde door een filmpje over het Ramadanfeest in Gaza. Feestkleren. Geen cadeautjes. Geen stroom. Enkel verdriet. Ze keek op en vroeg: “Papa, waarom wenen die kindjes? Tijdens Eid krijgen kindjes toch altijd iets moois?”
Daar staan we dan met de grond vol inpakpapier. Het contrast was groot. We leven in overvloed. Anderen overleven met niets. En het pijnlijkste? Die anderen – gezinnen in Marokko zonder water, vluchtelingenkampen met amper basisvoorzieningen, kinderen die leven en werken in verontreinigde wijken – hebben het minst bijgedragen aan de klimaatcrisis. Maar zij dragen wel de zwaarste gevolgen. Dat is niet alleen tragisch. Dat is onrecht. En in de islam heet dat dzulm. Ik begon anders te kijken naar duurzaamheid. Niet als iets voor de elite, maar als een kwestie van rechtvaardigheid (‘adl).
Klimaatrechtvaardigheid is de balans respecteren
Hoe kan ik als moslim zwijgen over klimaatrechtvaardigheid als ik weet dat de armsten de grootste tol betalen? Hoe kan ik spreken over rahma (barmhartigheid) en tegelijk producten kopen die gemaakt zijn door uitgebuite handen? Dit terwijl de Rahmaan – de meest barmhartige – in het koranhoofstuk Ar Rahman spreekt over de balans die Hij geïnstalleerd heeft (55:7-8). En weet je wat de volgende vers is?
وَأَقِيمُواْ ٱلۡوَزۡنَ بِٱلۡقِسۡطِ وَلَا تُخۡسِرُواْ ٱلۡمِيزَانَ ٩
En houdt de weegschaal in evenwicht met rechtvaardigheid, en breng geen afwijkingen in het evenwicht. (55:9)
Sindsdien ben ik bewuster gaan leven. Minder kopen. Lokaler. Meer delen. Niet perfect, maar principieel. Want als geloof geen brug slaat tussen sociale en ecologische rechtvaardigheid, dan mist het zijn kern.
En jij?
Durf jij de vraag te stellen: Wat betekent rentmeesterschap écht in jouw leven? Zie jij duurzaamheid als een spirituele opdracht of als een ethisch extraatje? Als moslims mogen we niet afwezig blijven in het klimaatgesprek. Niet alleen om politieke of ecologische redenen, maar omdat onze eigen openbaring het ons gebiedt.
De aarde is een test. En tests vragen om actie.
[…] Deze metaforische weegschaal staat voor de orde en harmonie in de natuur. De mens is aangesteld als khalīfa (rentmeester) op aarde (Qur’an 2:30) en heeft de taak die balans te respecteren. Het veroorzaken van fasād […]