Het klimaatdebat wordt vandaag vaak gevoerd in technocratische termen: CO₂-uitstoot, energiemodellen, adaptatiebeleid. Maar onder de cijfers ligt een veel fundamentelere kwestie: wie lijdt het meest onder een crisis die zij niet veroorzaakt hebben? En dat is geen technisch vraagstuk, maar een morele breuklijn. Het is een kwestie van rechtvaardigheid. En precies daarom moeten moslims het woord klimaatrechtvaardigheid durven gebruiken.
Rechtvaardigheid (ʿadl) is een kernwaarde in de islam
In de Koran staat:
ٱعْدِلُوا۟ هُوَ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَىٰ
“Wees rechtvaardig, dat staat dichter bij godsvrucht.” (Soera al-Māʾidah, 5:8)
ʿAdl is geen bijzaak. Het is een islamitische grondhouding. Wie rechtvaardig is, handelt in balans met de schepping en met zijn medemens. Klimaatrechtvaardigheid betekent: erkennen dat de klimaatcrisis niet iedereen gelijk treft en dat wij verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van onze keuzes, ook als die elders of in de toekomst vallen. Denk daarbij aan de gemeenschappen in het Zuiden die kampen met droogte, overstromingen, mislukte oogsten. Of de vluchtelingen die op de loop zijn voor ecologische ontwrichting, de kinderen die opgroeien in verontreinigde wijken zonder groene ruimte of de kindarbeiders in de mijnen voor kostbare grondstoffen te delven. Zij dragen de last, terwijl anderen de vruchten plukken. En dat is dhulm – onrecht.
Onrecht (dhulm) is niet neutraal
De islam verbiedt structureel onrecht, zowel in gedrag als in systemen. De Profeet ﷺ zei:
“Pas op voor het onrecht, want het onrecht is duisternis op de Dag des Oordeels.”
(Ṣaḥīḥ Muslim)
Als klimaatverandering zorgt voor voedselonzekerheid, gezondheidsproblemen, oorlog om water en land op de rug van de armsten, dan is het een vorm van mondiale dhulm. Het is niet alleen natuur die verandert het is een inflatie van de waarde van mensenlevens. En als wij ons daar niet over uitspreken, verloochenen wij de morele belofte van ons geloof.
Klimaatrechtvaardigheid = spirituele geloofwaardigheid
Wie in Allah gelooft, gelooft niet alleen in het hiernamaals, maar ook in rekenschap. Dat wat we verbruiken, verspillen, nalaten — het telt. Klimaatrechtvaardigheid is dus geen ideologisch modewoord, maar een ʿibādah – een vorm van aanbidding via morele integriteit. Als moslims hebben we de taal, de theologie en de traditie om een krachtig ethisch geluid te laten horen. We spreken al eeuwen over:
- mīzān – balans
- nafs – begeerte beheersen
- ḥisāb – verantwoording
- barakah – zegen in zuinigheid
Wat houdt ons dan nog tegen om klimaatrechtvaardigheid te eisen?
En jij?
Durf jij het woord rechtvaardigheid te gebruiken wanneer je over het klimaat spreekt? Durf jij je geloofstaal te verbinden aan maatschappelijk engagement?
Want als wij als gelovigen zwijgen over het onrecht in de schepping, wie zal er dan spreken namens wat geen stem heeft?
Comments are closed.